Stafmedewerker: Krishnamurti, ik zou u iets willen vragen over het voorgenomen Centrum en ook nog over wat het inhoudt de leringen te bestuderen. Krishnamurti: Als ik dat Centrum zou bezoeken, zou ik om te beginnen rustig willen zijn, ik zou er niet willen aankomen met mijn problemen, met mijn huiselijke problemen of mijn zakelijke beslommeringen en dergelijke. En ik denk dat ik ook zou willen dat alles wat K heeft gezegd echt een deel van mijn leven zou zijn, dat het niet alleen was dat ik hem had bestudeerd en dan ging herhalen wat hij heeft gezegd. Het zou meer zo moeten zijn dat ik het door het te bestuderen echt in me op neem, en dan niet maar zo hier en daar een beetje, niet alleen de dingen die mij toevallig passen. S: Kunnen we het er over hebben hoe dat gaat, want naar mijn gevoel is dit de basis voor al onze beslissingen over hoe het er zal zijn en wat er gedaan zal worden. K: Als ik daar heen ging om dat wat K gezegd heeft te bestuderen, dan zou ik het willen onderzoeken, ik zou er vraagtekens bij willen zetten, ik zou niet enkel iets willen lezen en dan weer weggaan. Ik zou niet gaan lezen om me iets in te prenten, maar om iets te leren, om te zien wat hij zegt en wat mijn reactie daarop is, of dat met elkaar overkomt of juist niet, of hij gelijk heeft of dat ik gelijk heb, zo dat er steeds communicatie en onderlinge uitwisseling is tussen wat ik lees en wat ik daarvan vind. Ik zou een relatie willen kweken tussen wat ik lees of zie of hoor en mijzelf, met al mijn reacties, mijn geconditioneerd zijn, enzovoort, een dialoog tussen hem en mij. Zo'n dialoog kan niet anders dan een fundamentele verandering tot stand brengen. Laten we zeggen dat iemand zoals jij naar dat nieuwe Centrum komt. Je geeft je alle moeite er te komen en de eerste dagen zul je misschien stil willen zijn. Als je een beetje gevoelig bent, heb je het besef dat hier iets is dat anders is dan bij je thuis, dit is iets volstrekt anders dan ergens naar een of andere discussie gaan. Dan ga je studeren, en je bent niet de enige die dat doet, iedereen hier is bezig met studie, met onderzoek. En wie echt met zijn hele wezen luistert zal daardoor vanzelf een religieuze sfeer oproepen. Dat zou ik willen als ik daarheen ging. Ik zou gevoelig genoeg zijn om snel te begrijpen wat K zegt. En bij de maaltijd of onder een wandeling of bij het samen in de zitkamer zitten zou ik misschien willen discussiëren. Ik zou kunnen zeggen: "Luister, ik heb niet begrepen wat hij daarmee bedoelde, laten we daar eens over praten"- niet zo dat jij me er iets over vertelt of dat ik het beter weet - "laten we het onderzoeken". Zo zal het iets zijn dat leeft. En in de middag zou ik misschien een wandeling maken of op een andere manier lichamelijk bezig zijn. Het Studiecentrum zal een plek zijn voor alle serieuze mensen die hun nationaliteit, hun dogmatische geloofsovertuiging en al wat mensen verder nog onderling verdeeld houdt hebben losgelaten. S: Kunnen we iets meer zeggen over wat het betekent de leringen grondig te bestuderen? K: Dat heb ik al duidelijk gezegd. S: Ja, maar er zit meer aan vast. Als ik dit Centrum opzet, moet ik me ook afvragen wat mijn eigen studeren inhoudt. Ik besef dat ik niet het recht heb hier te werken, als ik dat niet doe, als ik dat niet serieus doe. K: Dat spreekt. S: Het punt is dat de leringen je op de een of andere manier in het bloed moeten komen te zitten. K: Zover komt het, heus, daar ben ik zeker van. Zolang we maar op deze manier met elkaar in gesprek zijn en blijven volhouden. S: Maar, Krishnaji, ik heb ook het gevoel dat het iets moet zijn dat niet op u steunt. K: Het steunt op de leringen. S: En op mijn relatie tot de leringen. Maar vanuit mijn persoonlijke relatie tot de leringen wil ik u nog een paar andere dingen vragen, want er is iets anders dat me belangrijk lijkt. K: Wat is dat, kort gezegd? S: Ik bestudeer de leringen al een paar jaar dagelijks. K: Wat wil je daarmee zeggen? S: Soms betekent het bestuderen van de leringen voor mij zelfs niet meer dan het lezen van één enkele zin. K: Heel goed. Dat is jouw keus. S: Maar, wacht nu even, dat is het punt, Krishnaji, die ene zin op de een of andere manier heel de dag vasthouden, bij alles wat je doet, bij al waar je mee omgaat. K: Precies, je draagt een juweel bij je. Je blijft er naar kijken, anders zou het verloren kunnen gaan. S: Over dat vasthouden wilde ik het hebben, voor mij is daar een geheim aan verbonden, er is iets heel bijzonders aan dat vasthouden, dat de meeste mensen niet kennen en dat me zelf vaak ontschiet. K: Ja. Luister, iemand geeft mij een prachtig horloge. Een fantastisch mooi horloge. Iets enorm kostbaars. Ik ben daar heel voorzichtig mee. Ik kijk er heel de dag naar. S: Ja. K: Dat ding, ik hoef dat niet vast te houden, ik heb het zelf in handen. Begrijp je? Ik kijk er naar. Ik leef er mee. S: Ja, als ik daar even op terug mag komen, Krishnaji, goed, je hebt het zelf in handen. En, om de metafoor nog wat verder door te voeren, als iemand je vraagt: "Ach, zou jij de afwas even willen doen, hier heb je een paar handschoenen", dan zul je dat horloge niet in handen blijven houden, dan stop je het in je zak of je doet er iets anders mee. K: Maar het horloge blijft doortikken. S: Precies. Dus heb ik het idee dat we in dit Centrum iets van activiteiten willen organiseren om zo de mensen te helpen dit de hele dag vast te houden. K: Voorzichtig, doe dat niet. Geen enkele activiteit zal het vasthouden. Geen enkele hulp van buitenaf. S: Geen hulp van buitenaf. Dus zouden we de mensen misschien niet zo veel te doen moeten geven. K: Ja, je doet alles wat je moet doen, maar je moet je vier of vijf uur gunnen, of twee uur, wat je maar wilt. Je zegt: "Luister, na twee uur" - of een andere tijd - "sluit ik mijn deur. Dan stoort niemand me meer". Je hebt tijd nodig om te studeren, om te luisteren, om het in je op te nemen, om het zo in je op te nemen dat het je in het bloed komt te zitten. S: Ja. K: Het is in feite net zoiets als wanneer je een snoer schitterende parels hebt. Je doet ze om je hals en ze zijn er altijd. Begrijp je wel? S: Krishnaji, kunt u wat nauwer omschrijven, zonder een metafoor, hoe iemand die iets echt heel buitengewoons leest dat vasthoudt? K: Je houdt het niet vast. Zodra je het hebt gelezen en hebt ingezien dat het waar is, is het een deel van je, je hoeft het niet vast te houden. Zoals je kijkt naar die bergen daar, die houd je niet vast, die zijn er. Je bent je er altijd bewust van. Je hebt het altijd voor ogen. Zelfs als je de afwas doet, is dat er. S: Ja. K: Houd het bij je. Praat er verder niet over. Houd het bij je. Je hebt ingezien wat het betekent. Ga zelf op onderzoek. Jij zult moeten praten met de mensen die hier voor naar het Centrum komen. Het moet jou dus goed duidelijk zijn. Ik kan bijvoorbeeld uit Barcelona komen en vragen: "Wat vind jij van al deze dingen? Ik zou met jou willen discussiëren over wat K met meditatie bedoelt, over wat hij bedoelt met ", je kent dat, al die andere dingen. En jij moet in staat zijn daar over te discussiëren. S: Ja, dat weet ik. K: Het is geen punt voor zover het gaat om al de praktische karweitjes die moeten worden gedaan voor het gebouw, dat uitermate mooi moet zijn, sober. Maar dat andere, dat legt je een heel zware verantwoordelijkheid op. Denk er niet te gemakkelijk over. En wees er ook niet bang voor. Je moet het doen. Gemakkelijk is het niet. S: Want, Krishnaji, we praten nu over het heilige, over het in het leven roepen van iets van het heilige. K: Het zal komen. Je kunt nu eenmaal niet je hand uitstrekken en er op wachten. S: Nee. K: Het komt als je de leringen in je leven tot uitdrukking brengt. Vertaling: Hans van der Kroft |