header 1920x550

JIDDU KRISHNAMURTI’S BENADERING VAN HET LEVEN

Lezing door: Martin van Kalmthout
Voordracht gehouden op 8 November 2021 voor de Seniorenvereniging Hilversum

In 1979 kwam ik min of meer toevallig in contact met K. op vakantie in Zwitserland, waar hij zijn jaarlijkse serie voordrachten (algemeen aangeduid als ‘talks’) hield. Hij trad daar op in een tent waar zo’n duizend mensen zich verzameld hadden om naar hem te luisteren. Hij zat, heel karakteristiek, op een klein podium op een klapstoeltje. Het zag er uiterst eenvoudig uit. K. placht zelf te zeggen dat de enige reden dat hij wat hoger zat was dat iedereen hem zo kon zien en dat het niets te maken had met hiërarchie. Daarmee gaf hij fysiek uitdrukking aan zijn overtuiging dat er een fundamentele gelijkheid is tussen ‘de spreker’ zoals hij zichzelf noemde en de toehoorders. Dit bleek later een van de belangrijkste uitgangspunten te zijn van zijn werk: hij wilde op geen enkele manier in de rol van goeroe of welk ander soort geestelijk leiderschap komen, maar benadrukte met klem, als het om de grote levensvragen gaat, het belang dat ieder van ons zelf op zoek gaat.

Geheel daarbij passend viel me op dat hij vooral vragen stelde en geen leer of boodschap verkondigde. Hij nodigde ons in zijn toespraken uit om ter plekke de gestelde vragen bij je zelf te onderzoeken en vooral niet te vervallen in theoretische speculatie. Dat voert immers af, zo stelde hij, van het persoonlijk ervaren en doorleven van ons bestaan en het radicale ondervragen daarvan. K. is geen verkondiger van een bepaald geloof, een bepaalde spiritualiteit of richting, zo leerde ik. Ook dat sprak me toen al aan in zijn werk.

K. is ook geen psycholoog in de gebruikelijke zin van het woord, maar het domein van het psycholgische is in zijn werk heel belangrijk, niet theoretisch, maar heel praktisch. Zo spreekt hij met vaste regelmaat over zulke onderwerpen als: angst, psychologische pijn, agressie, ambitie en verlangen. Maar ook over verandering. Dat sprak mij als psychotherapeut erg aan en ik zag veel verwantschap met vormen van psychotherapie die de diepgang niet schuwen.

K. is ook geen filosoof, ofschoon je in zijn werk diepgaande inzichten zult ontdekken in onze werkelijkheid, in het leven en met betrekking tot de zin van het bestaan en wat het de moeite waard maakt. Zijn vragende en niet-wetende grondhouding doet wel denken aan Socrates en je zou hoogstens kunnen zeggen dat hij een beoefenaar is van de praktische levensfilosofie, maar daarmee houdt elke overeenkomst met het gebruikelijke filosofische discours op.

Wat mij van meet af aan ook opviel en aansprak is dat hij elke vorm van georganiseerde religie of spiritualiteit van de hand wijst als zijnde een belemmering om tot ‘het religieuze’ te komen. Hij heeft wat dat betreft iets van een beeldenbestormer, een iconoclast. Maar anders dan bij mij zelf en vele anderen leidde dat bij hem niet tot het afwijzen van alles wat met religie te maken heeft. Integendeel: je kunt rustig zeggen dat ‘het religieuze’, zoals hij dat verstaat, uiteindelijk in zijn werk het belangrijkste is. Daar draait het tenslotte allemaal om. De hele psychologische dimensie beschouwt hij als ‘het op orde brengen van je huis’, als voorwaarde om ruimte te maken voor het contact met ‘het religieuze’.

Opmerkelijk vond ik ook vanaf het begin dat K. benadrukt dat het gaat om onafhankelijk onderzoeken, niet vanuit een geloof, een theorie, een filosofie, maar vanuit ‘niet-weten’. ‘Enquiry’ zoals hij dat noemt, is fundamentele vragen aan de orde stellen, niet te snel met een antwoord komen, bij de vraag verblijven en je niet laten leiden door wat anderen daar als antwoord op geven, ‘including the speaker’, zoals hij placht te zeggen. De echte wetenschapper komt hierbij dicht in de buurt, maar veel wetenschappers missen de gedreven speurtocht naar de waarheid.

Al met al kunnen we concluderen dat het moeilijk is K. te plaatsen in een van onze gebruikelijke categorieën: spirituele goeroe, psycholoog, psychotherapeut, filosoof, theoloog of wetenschapper. Het voorafgaande roept ook de vraag op of het niet bedenkelijk is om een voordracht over K. te houden, omdat het gevaar bestaat dat er dan van buiten af inzichten in en antwoorden op grote levensvragen worden overgedragen, terwijl het er volgens K. juist op aan komt dat wij zelf op zoek gaan. Zo zouden we K. toch nog tot een soort goeroe maken. Daarom nodig ik u uitdrukkelijk uit om al tijdens deze voordracht de vragen die K. stelt op u zelf toe te passen en zo uw eigen zoekproces te starten, in plaats van onkritisch in te stemmen of af te wijzen.

ENIGE INFORMATIE

Ik begin met enige feitelijke informatie.

Biografie
K. heeft een fascinerend leven geleid en daar zijn veel biografieën over geschreven. Het gaat te ver om die hier te behandelen. Voor de inhoud van zijn boodschap is belangrijk te weten dat hij door de theosofen werd opgevoed en opgeleid om een soort nieuwe Messias te worden, de Wereldleraar genoemd. Hij werd op jonge leeftijd (14 jaar) door de theosofen daartoe uitgekozen op basis van magische overwegingen. Hij werd later benoemd tot hoofd van de Orde van de Ster uit het Oosten, om deze taak op zich te kunnen nemen.
Cruciaal om K’s werk te begrijpen is dat hij zich op 34-jarige leeftijd (in 1929 in Ommen) distantieerde van de theosofie. Het was een geleidelijk proces, maar officieel deed hij het als hoofd van de Orde van de Ster in een toespraak die hij in die functie uitsprak en waarin hij die Orde en zijn eigen functie ophief. Hieronder volgt de tekst van zie toespraak (Stilstaan bij jezelf, p. 19)

Ik zeg dat waarheid een land zonder wegen is, waar je via geen enkel pad, geen enkel geloof en geen enkele sekte kunt komen. Dat is hoe ik het zie, en daar houd ik absoluut en onvoorwaardelijk aan vast.
Omdat waarheid onbegrensd en onvoorwaardelijk is en je er via geen enkel pad kunt komen, kun je haar niet organiseren. Je moet dan ook geen enkele organisatie oprichten om mensen over een bepaald pad te leiden of te dwingen.(…) Je zult waarschijnlijk andere ordes stichten, je zult lid blijven van andere organisaties die op zoek zijn naar waarheid. (…) Als een organisatie met dat doel wordt opgericht, wordt het iets waar je op leunt, wat je zwak maakt en gevangenhoudt en de individuele mens onvermijdelijk verlamt, en hem verhindert te groeien en te bepalen wat hem uniek maakt, en wat te vinden is als hij die absolute, onvoorwaardelijke waarheid voor zichzelf ontdekt. (…) Omdat ik vrij, ongeconditioneerd en heel ben – niet de gedeeltelijke, niet de relatieve, maar de hele waarheid die eeuwig is – is het mijn wens dat degenen die mij willen begrijpen vrij zijn, mij niet volgen, geen kooi van me maken die zal uitgroeien tot een religie of een sekte. (…) Ik heb nu besloten de Orde te ontbinden omdat ik er toevallig de leiding van heb. Jullie mogen andere organisaties opzetten en iemand anders verwachten. Daar houd ik me niet mee bezig, en ook niet met het creëren van nieuwe kooien en nieuwe versiering voor die kooien. Het enige waar ik me mee bezig houd is om de mens absoluut, onvoorwaardelijk vrij te maken.

Je ziet hier hoe radicaal K. zich opstelt tegen elke vorm van navolging of leraar-discipel relatie en dat niet alleen theoretisch: hij zette zijn hele tot dan toe veilige bestaan op het spel. Hij kiest er voor op zoek te gaan naar de waarheid ten koste van alles. Hij maakt zich los uit de kooi waarin hij van jongs af aan gevangen zat en gaat zelfstandig en ongebonden op zoek naar de waarheid.

Boeken
Het valt mij steeds weer op dat de meeste mensen in contact komen met het werk van K. doordat er toevallig een boek van hem op hun weg komt. Het is nog steeds de beste manier om met K. kennis te maken door een boek van hem te lezen. Er zijn vier soorten boeken.

1) De meeste boeken van K. zijn letterlijke transcripten van de voordrachten die hij over de hele wereld gehouden heeft. Deze voordrachten hebben steeds dezelfde structuur. Ze beginnen met de toestand in de wereld te beschrijven en de vraag te stellen hoe de grote maatschappelijke problemen zijn ontstaan en hoe we ze kunnen oplossen. Zijn antwoord is door zelf de verantwoordelijkheid te nemen en een verandering bij jezelf tot stand te brengen via zelf-observatie. Want, zo zegt hij - een van zijn meest beroemde uitspraken - : de wereld dat ben jij (You are the world). Dus de wereld kan slechts veranderen doordat jij verandert.
Vervolgens gaat hij in zijn talks steevast praten over onze emoties en gevoelens en het belang van inzicht daarin. Het gaat bij dit onderwerp altijd om de vraag wat de oorzaak is van onze onvrede en somberheid. Het antwoord ligt in de sfeer van ‘het denken’ en het egocentrisme.
‘Relaties’ in de brede zin van het woord is een centraal onderwerp wat in deze fase uitgebreid aan bod komt.
Vervolgens praat hij over wat verandering inhoudt. Daarbij staat zelfobservatie centraal. Daar ligt het begin van verandering.
Vervolgens bespreekt hij existentiële thema’s als de dood en eenzaamheid.
Tenslotte eindigt hij steevast met ‘meditatie’ en ‘het religieuze’.
Als je één willekeurige voordracht van K. leest, krijg je een goed idee van de inhoud van zijn werk.

2) Een tweede, speciale categorie boeken zijn door K. zelf geschreven. Het gaat om zijn dagboeken, en om een driedelig werk, geheten: ‘Commentaries on living’. Deze dagboeken beginnen vaak met poëtische beschrijvingen van de natuur. In de Commentaries on living vaak gevolgd door de beschrijving van een gesprek met een bezoeker. Hieronder volgt een voorbeeld van een natuurbeschrijving (Commentaries on living, deel 1, Ned. vertaling p. 246):

Regens hadden het stof en de hitte van vele maanden weggespoeld, de bladeren aan de bomen glansden stofvrij en jonge blaadjes begonnen voor de dag te komen. Heel de nacht was de lucht vervuld van het sonore gekwaak van de kikkers; even rustten ze en dan begonnen ze weer. De rivier stroomde snel door haar bedding en de lucht was mild. De regenperiode was nog allerminst voorbij. Donkere wolken stapelden zich op aan de hemel en verborgen de zon. Zowel de aarde als het geboomte, ja heel de natuur leek in afwachting van een nieuw reinigingsbad. Het bruin van de weg was nu donker en kinderen speelden in de plassen; ze bakten modderkoekjes of bouwden forten en huizen met muren eromheen. Na maanden van hitte hing er een sfeer van vreugde; de aarde werd geleidelijk weer met een waas van groen gras bedekt. Alles vernieuwde zich.

3) Een derde categorie bestaat uit dialogen met allerlei mensen die in zijn werk geïnteresseerd waren, waarvan de meest bekende de natuurkundige David Bohm is. Hun dialogen zijn gepubliceerd in ‘The Ending of Time’.

4) Tenslotte zijn er nog, wat je zou kunnen noemen, zijn mystieke werken, waarin hij spreekt over zijn ervaringen van ‘het Andere’. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is het ‘Notebook’, vertaald als ‘Aantekeningen’. Het zijn dagboeken (drie stuks), door hemzelf geschreven.

Tenslotte: heel veel talks zijn op audio of video opgenomen (vanaf een bepaalde tijd) en zijn gemakkelijk op het internet te vinden. Het is dus mogelijk om K. in levende lijve te ontmoeten, wat zeker iets toevoegt aan het lezen van een boek.

Zoals ik hierboven al aangaf behandelt K. een groot aantal thema’s, waarvan ik er hier twee zal bespreken aan de hand van citaten uit zijn werk: ‘het zelf ‘ en ‘het religieuze’.

HET ZELF

Onder deze kop bespreekt K. het domein van het psychologische, d. w. z. onze emoties en gevoelens, onze relaties, onze verlangens. Maar ook ons denken, ons geheugen en onze conditionering. Hij doet dat niet als doel op zich, maar omdat hij vindt dat ‘we ons huis, psychologisch gezien, op orde moeten hebben’ om de grote levensvragen objectief te kunnen benaderen.
K. zegt dat ‘het zelf’ een constructie is die we maken vanuit onze egocentrische instelling. Die instelling is het product van onze conditionering, die niet alleen onze individuele levensloop betreft, maar ook die van de hele mensheid en de hele evolutie. We worden niet alleen bepaald door onze psychologische evolutie, maar ook door onze biologische. Veel wetenschappers zullen het met deze stelling eens zijn, maar stoppen daar. Het grote verschil is wel dat K. vervolgens de vraag stelt of het mogelijk is deze conditionering te doorbreken.

Heel kenmerkend voor de benadering van K. in deze is dat hij benadrukt dat echt onderzoek (enquiry) een eerste vereiste is, dat we als een echte onderzoeker de feiten van ons psychologisch functioneren onder ogen zien. Een van de feiten is dat we onszelf veel wijsmaken over wie of wat we zelf zijn, er veel illusies over hebben. Bijvoorbeeld dat er een hoger zelf in ons schuilt, dat we na de dood voort leven of dat we later gaan reïncarneren.

Bij dat onderzoek doet zich een groot probleem voor. We zijn door en door geconditioneerd en elke poging om daar uit te geraken loopt vast op het feit dat die poging zelf een geconditioneerde beweging is. We kunnen ons niet aan onze eigen haren uit het moeras trekken. Er is iets nodig van een andere orde. Nu zullen veel mensen het daar wel mee eens zijn en allerlei methoden of benaderingen gebruiken die zij beschouwen als zijnde van een andere orde, bijvoorbeeld meditatietechnieken. Volgens K. zijn deze echter niet van een andere orde, maar zijn ze zelf het product van het denken en dus mechanisch.
K. gebruikt een korte zin om dit samen te vatten, namelijk: The observer is the observed. De waarnemer is het waargenomene. Een simpel voorbeeld maakt dit duidelijk: als ik kwaad en geïrriteerd ben en ik kijk daarnaar, dan kijk ik met een geconditioneerde (want geïrriteerde blik) en kan dus niet echt objectief waarnemen of doorgronden wat de essentie van mijn kwaadheid is.

Samenvattend is dus de vraag hoe deze allesomvattende conditionering kan worden doorbroken. Het antwoord is eigenlijk dat geen methode of techniek, geen enkele activiteit dit kan. Het enige wat we kunnen doen is onder ogen zien wat werkelijk is: to see what is, zoals hij pleegt te zeggen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, het vraagt enorme aandacht, niet te verwarren met concentratie. Door onze egocentrische conditionering worden we steeds afgeleid, blijven we onrustig, het ego komt niet tot rust, er is geen stilte.
K. stelt de hamvraag op de voor hem kenmerkende wijze: Is het mogelijk om waar te nemen zonder de geconditioneerde waarnemer. Oftewel: is er een waarnemen zonder conditionering? Op het moment dat dit mogelijk is, zijn we buiten de beperkingen van het denken, oftewel onze conditionering gekomen.

Het komt er volgens K. op aan om dag in dag uit, van minuut tot minuut jezelf te beschouwen met een vrije, niet-geconditioneerde blik. Dit is het enige wat we kunnen ‘doen’. Iedereen kan dit zelf uit proberen in het dagelijks leven. Het is opvallend hoe K. steeds weer opnieuw benadrukt dat het er op aan komt wat we in het dagelijks leven er van maken en niet blijven steken in theoretische beschouwingen.

In het volgende filmpje (getiteld: Be a light to yourself ) geeft K. een heldere samenvatting over hoe hij ‘het zelf’ ziet. (Videofragment van K. uit talk in Ojai (Californië), 1982, vier jaar voor zijn dood in 1986 op negentigjarige leeftijd).

HET RELIGIEUZE

Bij de term ‘religie’ zullen de meesten van ons denken aan georganiseerde religies, zoals het christendom, de Islam, het Hindoeïsme of het Confucianisme. Dat wil zeggen, we denken aan kerken, moskeeën, tempels en dergelijke. Ook aan geloof, dogma’s en godsdienstige bijeenkomsten.

K. bedoelt met het woord ‘religie’ of ‘religieus’ iets heel anders en daarom spreekt hij, om alle misverstand te voorkomen, liever over ‘het religieuze’. Ook van de term ‘spiritualiteit’ houdt hij niet, omdat die in zekere zin dezelfde gevaren in zich draagt. Wat zijn die gevaren? Die schuilen in het dogmatisme, het geloof, dat echt onderzoek belemmert. Ook in de rituelen die vaak de functie hebben van het bezweren van de angsten en onzekerheden die we in ons leven tegen komen. Terwijl K. van mening is dat we juist die angsten en onzekerheden onder ogen moeten zien willen we in contact kunnen komen met het ‘religieuze’.

K. houdt ervan de via negativa te bewandelen als het gaat om het religieuze, dat wil zeggen allereerst duidelijk te maken wat het niet is. Dat is veel meer dan een bepaalde praktische aanpak. Het is gebaseerd op een diep inzicht, namelijk dat we ‘het religieuze’ nooit kunnen vatten met ons beperkte verstand, wat K. ‘het denken’ (thought) noemt. Religies en rituelen zijn het product van ons denken, zo zegt hij, en via die weg zullen we nooit in contact komen met het Ultieme of het Andere zoals hij het religieuze ook wel aanduidt.

Een andere manier om dit te zeggen is dat we niet in de valkuil van allerlei bijgeloof moeten vallen. Dat is immers het product van onze illusies, projecties vanuit onze behoeften, angst en onzekerheid. K. is hier heel radicaal in, waardoor je zou denken dat hij een echte atheïst is. In veel opzichten lijkt hij daar ook op, onder andere doordat hij met klem benadrukt dat we een radicale zoektocht moeten aangaan, waar we niets en ook niet onszelf moeten sparen. Daarvoor is nodig dat we ons huis in orde hebben. Dat betekent dat we inzicht moeten hebben in onze eigen projecties en waar die uit voort komen, kortom onze hele psyche moeten doorgronden en onszelf niets moeten wijs maken, ook niet bijvoorbeeld over het leven na de dood, of over reïncarnatie.

Toch is er een groot verschil met de atheïsten. Waar die ophouden, begint het voor K. pas echt. Waar zij tot een duidelijke en definitieve conclusie zijn gekomen, ligt voor K. de weg nog helemaal open. Die weg gaat niet via kennis, theorieën of methoden. Het komt er op aan een wat hij noemt ‘religious mind’ te ontwikkelen. Wat houdt dat in? Daar kunnen we ons het beste een voorstelling van maken door naar een citaat van hem te luisteren uit The religious mind, p. 18)

So a religious mind is a mind that has no belief, that has no dogma, that has no fear, that has absolutely no authority of any kind. It is a light to itself. Such a mind, being free, can go very far. But that freedom must begin very close, very near – which is: the freedom is in yourself, in the understanding of yourself – and then you can go very far. Then you will find out for yourself that extraordinary stillness of the mind – it is not an idea but an actual fact. A mind that is completely still without any distraction, a still mind, but not the romantic mind, a mind that is not begotten through conflict or through contradiction or through misery – it is only such a mind that is completely quiet and therefore completely alive, totally sensitive; it is only such a mind that can receive that which is immeasurable.

Vertaling

Daarom is de religieuze geest een geest zonder geloof, zonder dogma, zonder angst, zonder ook maar enige vorm van autoriteit. Hij is een licht voor zichzelf. Omdat hij vrij is, kan zo’n geest zeer ver gaan. Maar die vrijheid moet heel dichtbij beginnen, zeer nabij – dat wil zeggen: die vrijheid zit in jezelf, in het doorzien van jezelf – en dan kun je heel ver gaan. Dan kun je voor jezelf die buitengewone stilte van de geest ontdekken – wat geen idee is, maar een daadwerkelijk feit. Een geest die volledig stil is zonder enige afleiding, een stille geest, maar niet de romantische geest, een geest die niet door en door gevormd is door conflict of tegenstrijdigheid of verdriet – alleen zo’n geest die volledig rustig en daardoor volledig in leven, geheel en al sensitief; alleen zo’n geest kan ontvangen dat wat onmetelijk is.

Een religieuze geest is een geest die leeft van uit het niet-weten. Het is een geest die open staat voor het onbekende. Wij zijn door en door gevormd door het bekende, onze conditionering of programmering. Zolang we daar in gevangen zitten, zullen we niet in contact kunnen komen met het religieuze. We zullen het verleden los moeten laten, maar dat kan alleen als we ophouden met denken en doen en in een andere bewustzijnstoestand komen. Die toestand heeft te maken met stilte en leegte en wordt door K. wel aangeduid met Meditatie, niet te verwarren met de bekende meditatietechnieken, die immers onderdeel uit maken van het bekende, van het denken.

Voor ons gewone stervelingen is het probleem nu dat we deze toestand niet kunnen afdwingen of organiseren, hij kan ons alleen overkomen als we stil en leeg zijn, al is er zelfs dan geen garantie. Over ‘het religieuze’ zoals K. dat ziet is hiermee nog lang niet alles gezegd. Misschien dat we er iets verder mee komen als we ons afvragen of K. misschien een mysticus is.

K. ALS MYSTICUS

Op de vraag of K. een mysticus is, denk ik dat het antwoord voluit ja is. K. zelf heeft over de bijzondere ervaringen als mysticus in zijn toespraken zelden of nooit gesproken. Daar had hij een goede reden voor: hij was bang dat zijn toehoorders zich daarop zouden gaan storten, om sensationele redenen, en zo de boot volledig zouden missen. Immers, het zou de zoveelste poging van het denken zijn om met het denken iets te bereiken wat buiten het bereik ervan ligt. Dit is een van de redenen waarom K. de noodzaak onderstreept om ‘het religieuze’ in het dagelijks leven te zoeken en te vinden en daar niet van weg te vluchten in hogere sferen.

Toch zal ik kort iets laten zien van de mystieke ervaringen van K. omdat het wezenlijk is voor zijn werk. Deze zijn voornamelijk te vinden in zijn Notebook.
Maar eerst de volgende onthulling van K. over zijn mystieke ervaringen in een gesprek met David Bohm, een beroemde natuurkundige met wie K. jarenlang dialogen voerde, opgenomen op een groot aantal video’s en te vinden in verschillende boeken, waarvan de meest bekende is: The Ending of Time (The Ending of Time, p. 19; Ned. Vert. p. 27)

Ik werd een keer ’s nachts wakker in Rishi Valley in India. Er was het een en ander voorgevallen; al een paar dagen was er meditatie gaande. Het was kwart voor twaalf, ik keek op mijn horloge. Ik zeg dit met enige aarzeling omdat het overdreven en misschien vrij kinderlijk klinkt, maar de bron van alle energie was bereikt. En dat had een heel bijzondere uitwerking op het brein, en ook fysiek. Sorry dat ik over mezelf praat, maar begrijpt u, letterlijk elk besef van … ik weet niet zo goed hoe ik het moet zeggen …elk besef van de wereld en mezelf … er was totaal geen scheiding. Alleen dit besef van een overweldigende energie.
Maar nu terug naar het aardse. Zoals ik al zestig jaar heb gezegd, zou ik graag willen dat een ander dit ook bereikt. Nee, bereiken is het niet. Begrijpt u wat ik bedoel? Omdat al onze problemen, politiek, religieus, dan zijn opgelost. Omdat het zuivere energie is van het begin der tijden. Hoe kan ik – ik bedoel natuurlijk niet ‘ik’, begrijpt u – hoe kan iemand zonder belerend te zijn, zonder te helpen of druk uit te oefenen, zeggen: ’Dit leidt tot een gevoel van volledige vrede, van liefde?’ Het spijt me dat ik al die woorden moet gebruiken. Maar stel dat je dat punt hebt bereikt en je brein zelf bonst van die energie – hoe zou je een ander dan helpen? Begrijpt u? Helpen, niet met woorden. Hoe zou je een ander dan helpen om daar te komen? Begrijpt u wat ik wil zeggen?

Ik denk dat iedere kenner van de mystieke literatuur zal zeggen dat het hier gaat om een mystieke ervaring. Wat mij opvalt is de aarzeling van K. om het hier over te hebben, maar hij lijkt zich genoodzaakt te voelen het te doen, omdat het anderen misschien kan helpen om dezelfde ervaring te krijgen. Daarom doet hij het ook, maar hij weet niet of hij er goed aan doet en blijft zitten met de vraag hoe hij anderen kan helpen, zonder druk uit te oefenen, naar ‘een gevoel van volledige vrede, van liefde’.
Overal in zijn werk komt dit laatste thema terug, het is een hele worsteling voor hem: hoe kan ik anderen hier mee helpen, zonder te helpen of zonder druk uit te oefenen.

Ik zal nu enkele citaten over mystieke ervaringen van K. uit zijn Notebook (Aantekeningen) citeren, eerst in de vorm van een intense beleving van de Natuur (Notebook, pp. 82-83. Vertaling pp. 101-102)

De sterren, zo vroeg in de morgen, waren heel helder, stralend. De dage raad was ver; het was verrassend rustig, zelfs de luidruchtige rivier was rustig en de heuvels zwegen. Er ging een heel uur voorbij in die gesteldheid waarin het brein niet sliep, maar waakte, gevoelig en louter toekijkend; in die gesteldheid kan de geest zichzelf te boven gaan zonder aanwijzingen, want er is niemand die aanwijzingen geeft. Meditatie is een storm die vernietigt en reinigt. Toen naderde – ver weg – de ochtendschemering. In het oosten verspreidde zich licht, heel jong en bleek, heel stil en schuchter; het kwam van voorbij de verre heuvels en raakte de torenende bergen en toppen aan. In groepen en afzonderlijk stonden de bomen stil, de espen begonnen te ontwaken en de rivier juichte van vreugde. De witte muur van een boerderij, die op het westen uitkeek, werd heel wit. Langzaam, vredig, bijna smekend kwam het licht en het land werd ervan vervuld. Toen begonnen de sneeuwtoppen helderroze te gloeien en de geluiden van de vroege morgen vingen aan.

K. beschrijft in zijn Notebook zijn ervaringen vaak in termen van ‘the Otherness’, ‘het Andere’, met een hoofdletter. Soms lijkt het wel alsof het om een persoon gaat die bij hem op bezoek komt of die op de meest onverwachte momenten opduikt. Hij schrijft dat ook andere aanwezigen voelden dat er een verandering optrad in de atmosfeer van de kamer als ‘het Andere’ verscheen (Notebook, p.119, vertaling p. 147):

Het Oosten begon op te lichten en in de kamer was dat andere; het was er al enige uren. Het was er bij het wakker worden, midden in de nacht, een volkomen objectief iets dat door geen denken of verbeelding ooit zou kunnen worden voortgebracht. Opnieuw was het lichaam bij het ontwaken volslagen roerloos, zonder enige beweging en het brein was dat ook. Het brein sliep niet, maar was heel wakker; het observeerde zonder iets te verklaren. Het was de kracht van onbenaderbare zuiverheid, met een overrompelende energie. Het was er, altijd nieuw, steeds verder dóórdringend. Het was er niet alleen buiten, in de kamer of op het terras, het was binnenin en buiten, maar zonder scheiding. Het was iets waarin geest en hart geheel gevangen waren, waarin geest en hart ophielden te bestaan.

Maar wat werd er nu eigenlijk verstaan onder het Andere en kunnen we er wel iets over zeggen als het toch niet in woorden te vatten is? In het volgende citaat probeert K., misschien tegen beter weten in, het toch aan te duiden en de vraag is of dit bij ons enige herkenning oproept (Notebook, p.168, vertaling p. 207-208)
.

Langs die weg, boven de kloof in de zuidelijke heuvels, naderde het andere met een zo grote intensiteit en kracht dat het slechts met de grootste moeite mogelijk was staande te blijven en door te lopen. Het was als een razende storm, maar zonder de wind en het lawaai; zijn intensiteit was overstelpend. Vreemd genoeg heeft het iedere keer dat het komt iets nieuws; het is nooit eender en altijd onverwacht. Dit andere is niet iets buitengewoons, de een of andere mysterieuze energie, maar het is mysterieus in die zin dat het iets buiten tijd en denken is. Een geest die in tijd en denken gevangen zit, zal het nooit begrijpen. Het is niet iets dat begrepen kan worden, net zo min als liefde geanalyseerd en begrepen kan worden; maar zonder deze immensiteit, kracht en energie worden het leven en alle bestaan, op welk niveau dan ook, platvloers en bedroevend. Er ligt absoluutheid in, geen finaliteit; het is absolute energie; het bestaat uit zichzelf, is zonder oorzaak; het is geen uiteindelijke, uiterste energie, want het is de totaliteit van energie. Iedere vorm van energie en activiteit moet tot een einde komen wil het zich voordoen. Het omvat echter alle activiteit. Heb lief en doe wat je wilt. Dood en totale vernietiging zijn nodig wil dit er zijn; niet de revolutie van uiterlijkheden, maar de totale vernietiging van het bekende waarin elke geborgenheid en alle bestaan worden gecultiveerd. Er moet volslagen leegte zijn en dan pas komt het andere, het tijdloze. Maar die leegte kan niet worden gemaakt, ze is geen gevolg; dat wat deze leegte veroorzaakt is niet te koop. Ze is ook geen product van tijd of van het proces van evolutie; tijd kan alleen maar meer tijd voortbrengen. Vernietiging van tijd is niet een proces; alle methoden en processen verlengen de tijd. Het einde van de tijd is het einde van alle denken en voelen.

Als je de beschrijvingen door K. van zijn uitzonderlijke belevingen leest (door mij mystieke ervaringen genoemd), dan kan er een groot verlangen in je opkomen om die ervaringen ook te mogen meemaken. Dan kan het zijn dat je je helemaal daar op gaat richten en alle middelen aanwendt om zo’n ervaring mee te maken. Het kan er toe leiden dat je het belangrijkste vergeet, namelijk hoe je in je dagelijkse leven een ‘religieuze geest’ ontwikkelt en zo een leven in diepgang weet te leiden. Stilte is daarbij essentieel. Stilte ligt binnen ieders bereik en is niet ver weg, maar ook weer niet eenvoudig. Het gaat om stilte in onze dagelijkse contacten, aandachtig luisteren naar anderen en naar je zelf. Een leven zonder conflicten, in waarheid en liefde.

Niettemin is het opvallend dat K. op verschillende plaatsen in zijn werk zijn gehoor toewenst dat zij aan deze bijzondere ervaring deelgenoot mogen worden omdat het al onze problemen oplost. De oplossing van dit dilemma ligt niet in het overslaan van het dagelijkse leven door een sprong naar ‘het hogere’. Het zou immers alleen maar leiden tot de creatie van een constructie die een product is van ons denken en die ons vervreemdt van de totale werkelijkheid en de essentie van het leven.

VRAGEN EN DIALOOG

Ik heb in het voorafgaande geprobeerd de kern van K.’s denken weer te geven. Het is de moeite waard om daar uitgebreid met elkaar over van gedachten te wisselen, niet zozeer in de sfeer van voor- of tegenstanders, maar door samen te zoeken en met elkaar in gesprek te gaan: een dialoog eerder dan een debat. Tegelijkertijd kan ieder voor zich met het werk van K. aan de slag gaan door er zich intensief in te verdiepen en te zien wat je daar in je eigen leven mee kunt doen. Persoonlijk heeft het werk van K. mij bijzonder geïnspireerd om de grote vragen van het leven aan te gaan en mijn eigen leven meer diepgang te geven.

LITERATUUR

Krishnamurti J. (2000). The religious mind. Krishnamurti Foundation of America.

Krishnamurti, J. (2013). Commentaar op het leven I. Synthese.

Krishnamurti, J. (2018). Aantekeningen. Synthese.

Krishnamurti, J. & David Bohm (2019). Het einde van tijd. Gesprekken over de toekomst van de mensheid. Synthese.

Krishnamurti, J. (2021). Stilstaan bij je zelf. Synthese.