In dialoog met Krishnamurti

Artikel uit de: Koorddanser van mei 2016

In dialoog met Krishnamurti

van: Marlene Schefferlie, schrijver

“Ik begrijp niet waarom jullie klappen?” vroeg Krishnamurti toen het applaus in de grote ruimte was weggestorven. Hij had net plaatsgenomen op het podium voor zijn gesprek In the Present is the Whole of Time, opgenomen in Washington D.C.. Een fragiele man in een prachtig double breasted pak, zoals je die had in 1985. Zittend op zijn handen om de tremor veroorzaakt door Parkinson, tegen te gaan. Hij praatte over zichzelf als ‘de spreker’ en vertelde dat hij geen lezing hield, want lezingen geven informatie over een bepaald onderwerp. Het was ook geen entertainment, en niet amusant of sensationeel bedoeld. Hij wilde slechts een dialoog houden over het bestaan, vanaf dat je wordt geboren tot dat je sterft. Toen na afloop anderhalf uur later weer een luid applaus opklonk, herhaalde hij zijn eerste vraag. En dan: “Misschien klappen jullie voor jezelf.” Onmiddellijk zwol het applaus weer aan. “Jullie moedigen ‘de spreker’ niet aan. Hij wil helemaal niks van jullie,” verzuchtte hij, nog steeds kaarsrecht in zijn stoel.

Jiddu Krishnamurti (1895-1986) werd geboren in het Zuid-Indiase dorpje Madanapalle. Omdat hij net als de hindoegod het achtste kind van het gezin was, noemde zijn devote moeder Sanjeevamma hem naar Krishna. Zijn vader Narianiah was zowel Brahmaan als theosoof en werkte als overheidsambtenaar. De streekastroloog voorspelde al dat de baby een groot leraar zou worden, maar niet zonder obstakels. Krishnamurti was een mager, ziekelijk kind dat na een malaria-infectie nog vele jaren aan koortsaanvallen leed. Hij kon vaak niet naar school en als hij toch ging, konden de lessen en het huiswerk hem niet bijzonder boeien. Hij was zelfs zo dromerig dat sommige leraren hem voor zwakbegaafd versleten.
Op zijn tiende, in 1905, verloor Krishnamurti tot zijn grote verdriet zijn moeder en twee jaar later stopte vader Narianiah met werken. Omdat het gezin niet kon leven van zijn magere pensioen, schreef hij Annie Besant, de toenmalige presidente van de International Theosopical Society (ITS). Besant stemde uiteindelijk toe de weduwnaar in dienst te nemen en Narianiah verhuisde met zijn zonen naar een vervallen huisje net buiten het terrein van de ITS in Adyar. De jongens zwommen vaak in de zee en hier werden ze in 1909 opgemerkt door Charles Webster Leadbeater, voormalig priester, en op dat moment een van de kopstukken van de ITS. Krishnamurti was broodmager, oogde ziekelijk en had zelfs luizen in zijn wenkbrauwen. Maar hij zou met zijn zuivere uitstraling, het voertuig zijn van de Maitreya Boeddha, de nieuwe wereldleraar, voorbestemd om de mensheid naar het pad van de waarheid te voeren. Leadbeater schoolde hem op theosofisch, esoterisch en wereldlijk gebied en onderwierp hem en zijn jongere broer Nitya aan een strak regime, met een speciaal dieet en sporten als fietsen, zwemmen en tennis. Vele jaren later sprak Krishnamurti over zichzelf in die periode: “Men noemde hem het voertuig en hij accepteerde dat zonder één enkele vraag. Er was geen weerstand in hem, geen twijfel of bedenking.”
Besant wierp zich op als moederfiguur en kreeg zelfs de voogdij over Krishnamurti en zijn broer. In 1910 werd in Varanasi de Orde van de Ster opgericht met Krishnamurti aan het hoofd. Het jaar erop vertrok hij met Nitya en Besant naar Engeland, waar ze kennis maakten met de Engelse aristocratie. Krishnamurti werd bijgeschoold in engels, wiskunde en latijn, maar hij zakte keer op keer voor de universitaire toelatingsexamens. Na de Eerste Wereldoorlog vertrok hij naar Parijs waar hij omringd werd door kunstenaars die gefascineerd waren een messias te ontmoeten in een flanellen pak. Hij reisde veel en Besant gaf hem een cottage met een stuk grond in Ojai, Californië, waar hij mediteerde onder een peperboom.
Een jaar later gaf Baron van Pallandt, theosoof, zijn kasteel en landgoed Eerde in Ommen, cadeau aan de Orde van de Ster. Krishnamurti wilde geen bezit hebben en bracht de gift, net al het gebied in Ojai, onder in een stichting. In Ommen werden bijeenkomsten georganiseerd. Deze zogenaamde Sterkampen trokken in de jaren twintig van de vorige eeuw soms wel duizenden bezoekers. De orde had rond die tijd wereldwijd zo’n veertigduizend leden. Krishnamurti reisde de wereld over en hield toespraken, maar na de dood van zijn broer Nitya, november 1925, veranderde hij zijn levensfilosofie. In zijn speeches in de jaren erop klonk steeds vaker zijn roep om los te komen van de knellende banden van zijn theosofische Maitreya-schap.
De definitieve omslag kwam in 1929, tijdens het kamp. Meer dan drieduizend Sterleden en vele Nederlandse radioluisteraars luisterden gedesillusioneerd naar Krishnamurti’s opheffingsrede. Hij sprak zijn beroemde woorden: “Waarheid is een land zonder paden, dat langs geen enkele weg, door geen enkele godsdienst, geen enkel sekte valt te bereiken. (...) Niemand van buitenaf kan ons vrijmaken. Daarom het is mij er niet om begonnen een nieuwe godsdienst of sekte te stichten, of nieuwe theorieën of filosofieën in te voeren. Integendeel, het gaat mij om het enige dat wezenlijk is: dat de mens echt vrij zal zijn.” Hij gaf het kasteel met landgoed terug aan de baron. In 1930 zegde hij ook zijn lidmaatschap van de ITS op. De messiaanse verwachting van de theosofen was hiermee voorgoed verdwenen.
Krishnamurti kreeg een zaakwaarnemer en de Star Publishing Trust gaf zijn toespraken en vraaggesprekken in boekvorm uit. Hij hield interviews, lezingen en reisde van de wereld over, van Sydney tot Buenos Aires tot New York. In deze rol nam hij natuurlijk wel weer het risico om sektarische volgelingen te krijgen. Daarom refereerde hij altijd naar zichzelf als ‘de spreker’ of kortweg K, gelijkwaardig met zijn publiek. Schrijver Aldous Huxley, met wie hij bevriend raakte, zette hem aan om weer zelf te gaan schrijven. In het Commentaar van het Leven, dat pas in 1956 in drie delen werd uitgegeven schreef hij: “We vervullen ons hart met dingen uit de sfeer van het verstand en zo laten we dat hart altijd leeg en in afwachting. Het is het brein dat vastklampt, dat afgunstig is, dat vasthoudt, dat iets kapotmaakt.” In 1946 opende hij in Ojai-vallei de Happy Valley School, waar ook Huxley bestuurslid was.
Krishnamurti keerde in 1947 terug naar India dat nu onafhankelijk was geworden en verzamelde ook daar een groep toegewijde medewerkers om zich heen. Zijn boek Vrijheid van het bekende had een heel nieuw publiek aangeboord in het Amerika en Europa. De Observer schreef hierover: “..voor wie bereid is te luisteren, zal de waarde van dit boek niet in woorden te vatten zijn.”
Er werden vanaf 1961 jaarlijkse bijeenkomsten in Saanen, Zwitserland georganiseerd en ontstonden wereldwijd nieuwe stichtingen. Zijn voordrachten en gesprekken werden inmiddels in vele talen gepubliceerd. Dankzij een gulle donatie stichtte Krishnamurti een Europese school in Brockwood Park, Engeland. In 1966 werden zijn gesprekken in Oak Grove voor het eerst gefilmd voor de Amerikaanse tv. Nog veel televisieprogramma’s volgden. Wars van geloofssystemen groeide hij langzaam uit tot een van de grote spirituele denkers van de twintigste eeuw.
In 1980 werden door de Amerikaanse fysicus David Bohm verschillende vraaggesprekken met wetenschappers georganiseerd, waaraan ook Krishnamurti deelnam. In deze gesprekken definieert Krishnamurti door de ontledende benadering van Bohm, zijn leer heel exact. Hij legt uit dat de wortel van menselijk conflict volgens hem in de tijd ligt. Niet zozeer de fysieke tijd, maar juist de psychologische tijd, de denkbeweging die ‘dat wat is’ wil veranderen in ‘dat wat wat zou moeten zijn’. De mens bestaat volgens Krishnamurti volledig uit ideeën over zichzelf, het ego, dat vanuit het verleden iets wenst voor de toekomst. Iedere godsdienst en elke vorm van gezag of traditie maakt zich hieraan schuldig. Hiertegenover zet hij de zogenaamde ontwakende intelligentie, de wakkere geest, onverdeeld door tijd.
Dertig jaar geleden overleed Krishnamurti. En nu? Kunnen wij ons, met onze doorontwikkelde ego’s, met onze Facebookpagina’s en smartphones, wel zo’n psychische vrijheidsrevolutie permitteren? De wereld staat in brand en wereldvrede lijkt verder weg dan ooit. Kunnen wij door zelfonderzoek oorlogen en terrorisme voorkomen? Krishnamurti was er in Washington duidelijk over: “Waar dualiteit is, is gescheidenheid zoals tussen Griek en Moslim, Jood en Arabier, zoals tussen de Christen die gelooft in de een of andere verlosser en de Hindoe die in al die dingen niet gelooft. Die verdeeldheid is een feit: nationale verdeeldheid, godsdienstige verdeeldheid, verdeeldheid tussen individuele personen.Waar verdeeldheid is, daar moet conflict bestaan; dat is een wet. Wij leven dus ons dagelijkse leven in een klein, begrenst zelf, het beperkte zelf niet als tegenstelling tot een hoger zelf: het zelf is altijd beperkt. En dat is de oorzaak van het conflict, de diepste kern van onze strijd, van ons leed, onze bezorgdheid, enzovoort.
Als je je dat bewust wordt, en de meeste mensen moeten zich dat wel bewust worden, en dan niet omdat iemand je dat vertelt of omdat je een of ander filosofisch of psychologisch boek gelezen hebt; nee, omdat het gewoon een feit is. Iedereen houdt zich met zichzelf bezig en leeft in een afzonderlijk wereldje, helemaal voor zich alleen. Daarom bestaat er verdeeldheid tussen jou en die ander, tussen jou en je godsdienst, tussen jou en je god, tussen jou en je ideologieën. Is het nu mogelijk om in te zien, niet alleen verstandelijk, maar tot in je diepste wezen, dat jij de rest van de mensheid bent?”


Stichting Krishnamurti Nederland
De SKN vertaalt werk van Krishnamurti en zorgt dat het in zijn oorspronkelijke vorm beschikbaar is. Daarnaast organiseert de stichting dialoogbijeenkomsten, videovertoningen, boekpresentatie's, landelijke ontmoetingsdagen en lezingen. Jaarlijks verschijnt het blad In Feite, met interviews met en artikelen van mensen die zich intensief met Krishnamurti hebben bezig gehouden.